Jacobus Careleus Wissenburg
|
De vorm van het wapen is geïnspireerd door een door Peter Weissenburg, een wijnhandelaar woonachtig o.a. te Aken en Nijmegen, in 1712 gevoerd wapen (H.F. Macco, Aachener Wappen und Genealogien II, Aachen: Aachener Verlags- und Drücherei- Gesellschaft 1908, p. 224-6: gekeperd wapen, in A twee toegewende klaverbladen, in B een geopende burcht). Omdat deze Peter een vermoedelijke maar geen bewezen voorouder is, zijn slechts twee elementen overgenomen: de keper (althans, een kepergewijze deling) en in het B-deel een (zilveren of) witte burcht, de laatste 'sprekend' voor de familienaam, oorspronkelijk Weissenburg. A-deel en helmteken refereren aan enkele verdienstelijke voorouderlijke families van de nazaten van (Jacobus Wissenburg en) Catharina Wennekes. De eenhoorns in het A-deel van het wapen zijn ontleend aan het wapen van de Van der Mijles uit Dordrecht, als beschreven in ondermeer de adelsbrief voor Arend Cornelisz. van der Mijle, waarin elke mannelijke en vrouwelijke nazaat het recht kreeg (o.a.) dit wapen te voeren. De kleur van manen, hoorn en hoeven (oorspronkelijk goud) is in rood veranderd. Zo worden de 'verdiensten' die tot erkenning van het wapen leidden (onder meer een bloedbad) eerlijk weergegeven. Dat hierdoor in het A-deel de kleuren Schwarz-Rot-Gold voorkomen is mooi meegenomen: het is een verwijzing naar het land van herkomst van de families Wissenburg en Wennekes. Het helmteken is ontleend, en herinnert daarmee, aan het al rond 1500 gevoerde familiewapen met drie vogels (meestal eenden) van de Van den Eyndes uit Delft en Den Haag, met name Jacob II van den Eynde, landsadvocaat van Holland (c. 1515-1569). De stamreeksen Wissenburg, Van der Mijle en Van den Eynde treft u in dit document. |
|
The coat of arms combines elements from three older coats of arms. Its shape and the white gate (in German: Weissen Burg, white burgh, the origin of the family name Wissenburg) are derived from a coat of arms used among others in 1712 by Peter Weissenburg, a wine merchant from Aachen (Germany) who also had substantial interests in Nijmegen and surroundings. He may or may not be related to Jacobus Careleus' oldest known forefather Peter Wissenburg. The two unicorns in the upper part are derived from the coat of arms of the Van der Mijle family; Jacobus Careleus Wissenburg is a descendant of this tribe through his paternal grandmother. Arend Cornelisz van der Mijle (1501-1580), mayor of Dordrecht, was ennobled on 15 December 1570 by king Philip II of Spain, in general for his services to the realm, in particular for his contribution to the conviction ten heretics earlier that year, who were burnt at the stake. Arend was probably the last Dutch subject to legally receive a noble title from the sovereign; the Dutch republic could not grant titles. The king's Act by which Arend was ennobled, stipulated that all his descendants, male and female alike, had the right to be referred to as nobles, the right to call themselves 'van der Mijle' or add 'van der Mijle' to their original names, and the right to bear the family arms. Of course, the Dutch post-1815 regime had no sympathies for such feminist nonsense and therefore did not recognize female noble descent; the Van der Mijle family itself is extinct. The original coat of arms contains a unicorn in black with golden hair, hooves and horn; to reflect the perhaps slightly controversial reason for its recognition, I have changed gold to red and given the unicorns a golden background. The duck in the helmet, finally, is derived from the coat of arms of the Van den Eynde family from Delft and The Hague (three swimming ducks), again Jacobus' ancestors through his paternal grandmother. The family's most famous member, Jacob II van den Eynde (c. 1515-1569), was the 'landsadvocaat' (roughly: head of the administration; a kind of Sir Humphrey Appleby) of the Estates (parliament) of the province of Holland. He died in prison, suspected of heresy (i.e., Protestant inclinations), co-operation with the Dutch insurgents, more specifically William of Orange, and obstruction of the loyal (i.e., Catholic) nobles in the Estates. He was found innocent in 1571. The three lines of descent (Wissenburg, Van der Mijle and Van den Eynde) are briefly documented (unfortunately in Dutch) in this document. |



